Dat ‘vrouwen quotum’!?

Binnen teams wordt meer en meer samengewerkt in gemengde groepen, met deelnemers van verschillende komaf en identiteit (ander land, ander gender, robots, …). Werken in dergelijke teams is veelal lastiger dan werken in homogene teams en vraagt iets van bijv. mindset, ontvankelijkheid en doelgerichtheid.

In het verlengde hiervan zie ik ook de discussie over het ‘vrouwen quotum’. In de directieteams van veel (beursgenoteerde)bedrijven zitten, zoals bekend, vaak nog enkel mannen. De teams zijn homogeen, bekend, overzichtelijk en helder. Ik stelde me de vraag: Is een quotum voor dergelijke teams geneuzel of zit er, naast het ethische aspect (inclusiviteit), een logica dan wel een meerwaarde in? Er wordt namelijk van alles geuit, maar wat zijn de feiten?

De feiten over vrouwen in leiderschap teams:

  • Vrouwen vinden medeleven en aangenaam contact belangrijker dan mannen
  • Vrouwen vinden innovatie en ambitie belangrijker dan mannen
  • Vrouwen werken nauwgezetter dan mannen
  • Vrouwen hebben minder durf, maken zich vlugger druk en ervaren meer stemmingswisselingen dan mannen

En verder?
Bij 35% ligt de grens, waarbij sprake is van mannelijke-vrouwelijke cultuurverandering. Zijn er minder dan 35% vrouwen dan is de mannelijke invloed(cultuur) leidend. Zijn er meer dan 35% vrouwen dan telt de individuele identiteit van eenieder binnen de groep; mannelijk dan wel vrouwelijk overheerst niet. Bij een dergelijk gemengd team blijken de prestaties beter, houden deelnemers elkaar scherper en wordt tunnelvisie verkleind.

Kijkend naar de ‘feiten over vrouwen’, ook bijv. in relatie tot de maatschappelijke en bedrijfskundige tendens van innovatie en duurzame inzetbaarheid, is een vrouwenquotum zo gek nog niet. Een evenwichtige inbreng blijkt van meerwaarde en essentieel. Maar eh, een wettelijk minimum van 30% (nu geldend voor het topsegment) is qua effect dan helaas ietwat te laag…

Groeten,
Ron